#1 | #2 | IFFR#33 | #3 | #4 | #5 | #6 Munchen | #7 | #8 | #9 | #10 The Interviews | #11 | #12 Berlin | #13 Dresden | #14 | #15 | #16 Copenhagen | #17 IFFR | #18 Riga | #19 Conceptual Art | #20 The Swiss Issue | #21 Aktie! | #22 Rotterdam Art Map 1.0 | #23 Bruxelles | #24 Maasvlakte 2 | #25 Douala | #26 Rotterdam Art Map 2.0 | #27 Tbilisi | #28 Budget Cuts NL | #29 Italian Issue | #30 Rotterdam Art Map 3.0 | #31 Itís Playtime | #32 | #33 Rotterdam Art Map 4.0 | #34 Arnhem Art Map | Copyright | HOMEPAGE


Redactioneel
Rotterdam een dorre steppe? Een cultureel Ground Zero? Er gebeurt zo veel dat we niet alle reviews en artikelen in onze gedrukte nummers kunnen publiceren. Op onze website zijn alle tot nu toe gepubliceerde nummers te lezen. Hier staan ook langere versies van sommige artikelen. Onder Updates staan ingezonden reacties en extra artikelen.
DE PLAYER heeft een nieuwe locatie op Katendrecht, de 5er verdwijnt, Club Math verhuist, De Strip is weg, galerie Mirta Demare verhuist, Boijmans krijgt Sjarel Ex , Catherine David gaat per 2005 weg, Witte de With heeft Maarten vd Brink (oud redacteur NRC-CS en VPRO) als directeur aangesteld, en Cees Weeda wordt hoofd van de Raad voor Cultuur.
Het seizoen van de festivals is aangebroken. Cultureel terrorisme. Geef mij dan toch maar die dorre steppe met hier en daar een schitterend pareltje en een klein publiek. Kwaliteit wekt altijd aversi. Wij sluiten voor twee maanden het bureau, in september wanneer Tent. haar 5-jarig bestaan viert zijn we terug. Tot dan.
FGA#4 heeft bijdragen van: Anneke Auer, Sico Carlier, Rob Hamelijnck, Martin Heldstab, Peter Nijenhuis, Roddy Schrock, QS Serafijn, Nienke Terpsma en Jan Vermeijden.
Fucking Good Art is niet academisch, maar vanuit het moment geschreven in direct-style met reviews en interviews over presentaties, tentoonstellingen, screening e.d. in Rotterdam.
^ Rob Hamelijnk
FGA verschijnt onregelmatig in gedrukte editie, maar is altijd te lezen op www.fuckinggoodart.nl.
Fucking Good Art wordt door ons als hand-out verspreid, maar is ook gratis verkrijgbaar. In Rotterdam bij boekhandel Van Gennep, Multiple XX en Wormwinkel en in Amsterdam bij Artimo A-Z.


Little Memo
Is an independent cultural agenda, photocopied on A3, with a very personal choice of music and art in Rotterdam and Den Haag. Little Memo is edited by Peter Taylor, illustrated by Eline Zeloot, and designed by Yasuo Kishibe.

Why and when did you start Little Memo?
We began in November 2003, Eline (Zeloot) called me and said that she’d begun drawing, had a name for our idea and that I better write something! The time between the phone call and actually distributing Little Memo #1 was only a few days really. This idea of just beginning, seeing how the idea and form would evolve itself was very important to us - that we didn’t have to start with everything in place already, money, designers, world wide support... We hoped that the idea and our, I guess, idealistic motivations would be primary and that this is what would make the process interesting to us and hopefully other people too.
The idea? Maybe as some kind of distraction from my previously job here or maybe just through my natural curiosity and understanding that I was lucky to have access to so much good stuff, I’d been quietly developing an irreversible compulsion of duty to attend anything at all – music, film, art... whatever that I found remotely interesting and of value. Particularly with regards to music, I’m insatiable. So anyway I’ve always been hunting down information for things to go to and making my own agenda, quite easily and naturally.
This was allied with the belief that there are many special and scarce in value things being organized in our cities that we don’t pay any attention to, preferring to stay within what we know, our own peer group; there’s too much of a festival going culture, people flocking to Events, while ignoring the smaller scale things which are often of infinitely better quality, intimacy and interest. Talking together with Eline, we realized that we could do something together; that we could make something entirely functional but also kind of extravagant. Something that would satisfy our desire to contribute to and pull together the smaller, more interesting things going on, – hopefully encouraging many more people to take notice of them while also doing something for ourselves and our own desire to be active participants.

What is your background in art, are you connected to any of the initiatives you mention, or are you completely independent?
I don’t have any practical background in art but followed a post graduate study in arts management. Eline is an illustrator, also working on comics. The idea of independence of thought is for us very important with regards to the production of Little Memo. We really do stress that it’s our own personal selection, things that we ourselves would like to go to. We hope that this is what makes it useful, that it can be trusted by people and is something honest. I also know that many people enjoy it simply for Eline’s illustrations.
The amount we produce is incremental to the donations we receive. At the moment we make around 750 copies for about 100 euros. We received most support from the very smallest venues and individuals – every month we’ve a few more postal subscriptions (10 euros) which as well as being very encouraging, really helps us with costs.
We actually had unfortunately very many complaints from venues to begin with. Some said they didn’t want to be associated with other ones, and all in general were unhappy that we didn’t or potentially wouldn’t include their full programmes. I found this a pity, mean spirited and also somewhat short sighted: that unless you get all you want, you won’t support something at all. This has begun to a change a little but I believe that by putting elements of the programmes in the context of Little Memo we really add something to them, that we are doing something of value. We also believe that there’s too much already where the financial onus takes priority over the idea? I experienced this already very strongly working as a fledgling arts administrator in Ireland, that art projects are shaped by the funding available rather than actual needs and an idea itself. It’s a pity. Oh, for a more contemplative society ;)

^NT and Peter Taylor
http://littlememo.blogspot.com
Receive Little Memo monthly through your letterbox, join our mailing list: littlememo@wanadoo.nl

Met de rug naar de realiteit
(buiten de kunst) Eindexamententoonstelling Autonome Beeldende Kunst Willem de Kooning Academie, 20 tot en met 27 juni 2004 in TENT.

Halverwege de eindexamententoonstelling stuitte ik op iets aardigs. Linda Pijnacker bouwde van simpele, houten latten een verkeerstraject op de vloer van de tentoonstellingsruimte. Op een aantal van de latten was een tekst geschreven, woorden en zinnen als ‘we dachten alles bijeen gebracht te hebben’, ‘vertrek toch’ en ‘het zou anders kunnen zijn’.
Wat Pijnackers werk voor de geest riep, was de stad buiten de tentoonstellingsruimte, het soms schitterende en soms problematische hier en nu van Rotterdam. Die relatie met het sociale en het concrete buiten was in de rest van de eindexamententoonstelling zo goed als afwezig.
Waar zijn de afgestudeerden van de Willem de Kooning Academie de afgelopen jaren mee bezig geweest? Zo te zien met jutten op het strand van de recente kunstgeschiedenis en het laten stollen van introverte, persoonlijke thema’s in autonoom bedoelde kunstwerken. Biedt dat hoop voor een artistieke toekomst? Ik raad de exposanten aan hun werk of een deel daarvan nog morgen bij de vuilnisbak te zetten. Neem het hoekje met het werk van Marina Crnomarkovic. Hoe kom je in 2004 nog op de gedachte om een afbeelding van een geit en een geitenkop op papier te borduren? Weg ermee! Wat je na zo’n ingreep overhoudt, is Crnomarkovic’ wonderlijke uitstalling van deegbaksels op de vloer. Is die uitstalling het resultaat van een strandwandeling, zijn we aangeland op de bodem van een gore grot of bij een op hol geslagen bakker? De uitstalling roept vragen op die de geest kietelen. Ophouden met borduren, mevrouw Crnomarkovic, maar wel doorgaan met bakken!
Een ruimende hand is ook besteed aan het werk van Justin Wijers. Wijers zou ik aanraden om zijn schilderijen bij het vuil te zetten. Met tamme genrestukjes als de waterig geschilderde bus en de Dumas-achtige, uitgeteerde baby’s schiet niemand wat op. Wijers moet wel zijn twee viltstifttekeningen bewaren en daar ook mee verder gaan. De twee tekeningen tonen een op zijn zij liggende zuigeling. De dunne lijntekening van het zuigelingenlichaam heeft Wijers ingevuld met gekleurde lijnen. Zo ontstaat een weids landschap van lijnen en eilandengroepen van kleuren die zich, op sommige plekken bijna los van de tekening, op de voorgrond dringen. De baby verschijnt en verdwijnt in dit landschap en andersom.
Van het werk van Kim Hospers wil ik niets onmiddellijk weggooien. Hospers zou zich wel moeten afvragen waarom die ene tekening van twee jongetjes voor een televisie vele malen spannender is dan alle andere tekeningen en schilderijen? Ligt dat aan de gelaagde en door Hospers fraai beheerste techniek van het tekenen en het eigen, sterke handschrift? Of ligt het aan het feit dat een al te makkelijk en eenduidig thema - kind, geweld en dreiging - hier niet op de voorgrond staat? Op de hier bedoelde tekening zit het ene kind in kleermakerszit en leunt tegen het kinderzitje van het andere kind. De blikken zijn gericht op een sneeuwend televisiescherm. Hier ontbreekt de anekdote en toch roept de tekening van alles en nog wat op. Aan het begin van welke gewone of wellicht buitengewone levens staan we hier? Welk spannend, de kindergeest absorberend televisieprogramma staat op het punt te beginnen en wat is de volgende tekening in deze serie?
Oog in oog met deze ene tekening voelde ik een lichte roes en opwinding. Dat gevoel ontbrak zo goed als geheel bij het bekijken van de rest van de tentoonstelling. Wat me ergerde was het slap introverte en de pogingen om galerie- en museumrijpe werken van twintig jaar geleden te maken. Het resultaat was onbeduidend. Alleen in het werk van de exposanten die ik hierboven noemde en in het werk van Désirée de Baar zat iets van meerduidigheid. En dan de meest treurige conclusie: alleen Linda Pijnacker heeft klaarblijkelijk ook mentaal in de stad buiten de muren van TENT. en de Willem de Kooning Academie geleefd.

^Peter Nijenhuis
Peter is historicus en stelde een serie tentoonstellingen samen in de studeerkamer van zijn huis, en doet dat nu ook in de Arnhemse Melksalon. Verder is hij initiator en schrijver van de obscure kunstperiodieken: Totaal Fade en Rucola. (red)
www.justinwijers.nl


Pauzewandelingen #4
Op weg naar Boijmans heb ik voorpret. De affiche voor de tentoonstelling vermeldt vier namen en een titel: perception of space. Ik ken geen van vieren. Van Ann Veronica Janssens weet ik dat ik haar had kunnen kennen. Deze kunstenares is zeer gewild - mag ik veronderstellen, als ik zie hoe vaak de naam de advertentieruimte van musea en galeries siert. De andere drie zijn wellicht van het zelfde kaliber en evenzeer gewild bij de handelaren en bemiddelaars, maar dat valt buiten mijn waarneming.
De onwetendheid heeft als voordeel dat je hetgeen waarover je onwetend bent kunt vergelijken met alles wat je wel weet. Met deze vrijheid wandelde ik langs de singel en vergeleek ik perception of space met tentoonstellingen in Boijmans die nieuwe tijdperken markeerden: Arte Povera en Neue Wilden. Ik wist dat het belangrijk was, maar wist geheel niet welke kunstenaars erachter staken. Allemaal nieuwe namen, iedereen even jong. Dat vergeet ik niet licht, te meer daar de namen blijven. De namen gaan levens leiden, het worden synoniemen, ze stellen voorbeelden, voorzien van argumenten en worden objecten van studie en handel. Totdat ze ten slotte — onbekend in het heden van dan — samen met de mensen die de naam kenden en ermee leefden, vergaan. Hoe zou het met Walter Dahn gaan?

Die belangrijke tentoonstellingen bereikte je via een statige trap; een trap die je in een instituut mag verwachten en die de onwetende er op wijst dat ie in een instituut is. Nu moet ik — jammer dat ik het zeggen moet — via een huiselijke, ambachtelijke trap naar de Grote Zaal. Dat bederft mijn voorpret, dit is geen architectuur die verwachtingen oproept en voedt. Als in de huizen van Nederlanders, hangt het instituut Boijmans schilderijen in de trappenhuizen; Rothko boven de goede trap en Dijkstra boven de slechte. Had meneer Dercon Rothko maar verkocht! Had ie maar de unieke daad verricht, geen Dijkstra’s te kopen! Na de trap vragen ook nog de Buitenkunst en de permanente Dadaïsten om de aandacht en dan kom je aan.
De Grote Zaal is vol met spelende volwassenen, ik loop uit lijfsbehoud de lege Tuinzaal in, hoor een repeterend krakend en schurend geluid, merk het ritmisch bewegende plafond op, snap het werk, zie in het raam de heftige bewegingen van de bomen en fantaseer knakkende stammen en open plekken in de tuinen, gesigneerd door de nieuwe naam Massimo Bartolini. Deze waarnemingen herhalen zich bij de verpozing bij de overige spaceperceptions: tijd nemen, snappen wat er geboden wordt, vergelijken met andere kunst en dan afdwalen naar Boijmans, het gebouw, mijn museum. Ik verwijl bij het afgeplakte stopcontact vier meter hoog, het overgeschilderde plakband dat de naad tussen twee muren camoufleert en het witte electrasnoer dat langs de bruine luchtroosters geleid is. Het is me allemaal even dierbaar, maar vooral het eeuwig weerkerende idee dat de kunst alles om je heen doet verdwijnen. En dat de witte verf daartoe het beste middel is.

^Jan Vermeijden

Bulka Quote
Of course, the obsessed eccentrics keep on working, and god bless them, and so do the folks who focus on perfecting their craft, but we end up with a lot of random flailing about. Artists trying to do something that gets a more substantive response than ‘Good show, man’. Oh, and the gallery report - given the times, there are still shows worth seeing. If we don’t got a collective passion, at least we got entertainment.

^

Deep South Report
One of our reporters is in his homeland for the summer and went to visit an old friend in Missisippi. He is an artist who lives in a trailer and stays in contact with the artworld through Art Forum. This is a special report about Brian Fillingim.

"THIS IS MISSISSIPPI, THE MIDDLE OF THE ICEBERG." -ROBERT MOSES, POLITCAL ACTIVIST

It is early in the 21st Century, and I have just returned to California after a three week visit to Mississippi, a state in the south of the USA. It is in the deep south, to be exact. Let’s be clear about the facts: the precise boundary between the south and its “deep” subsidiary is unclear, but its rough taxonomy is known, or at least generally agreed upon. Florida is part of the south, except for Miami which is more like shiny happy post-Guiliani New York, but with a good beach and great weather. Louisiana is the deep south with a very pronounced voodoo edge to it. Mississippi, Georgia, Alabama, and Tennessee are all the deep south, no questions asked, and they also collectively function as the Christian heartland, with a disproportionate number of gospel choirs and born-again-snake-handlers per capita. Other states in the southern region of the USA are part of the south, but not the deep south. If you should happen to wonder whether a given state is part of the deep south or not, in that case, it is probably just part of the south.

There is a historical strain of creativity in this country that could be described as renegade-sage . It is made up of people who, with no recourse to established support systems, sell their souls to the devil in exchange for a few pennies with which they place their final bets on Art. The south, both deep and otherwise, has its share of these types as well, but they are less renegades to, and more fugitives from, their own culture, working in a relative isolation that is counterbalanced only by the intensity of their eccentricity. The cultural milieu down here lends itself to the temperament of the anomalous and iconoclastic artist much in the way mosquitoes are drawn to folks drinking mint juleps on their porches on hot, sultry, summer afternoons.

Brian Filingim is a visual artist whom I have known for many years. He lives in a wooded patch of land close to Louisville, Mississippi, and is very isolated geographically, but stays connected with the larger world. After all, he is a regular Art Forum reader. His studio is a small trailer just off of Highway 25, a main arterial roadway connecting Mississippi State University, a large school, with cities further south such as Jackson and Biloxi. On this trip, I was looking forward to talking to him about the south. Maybe together we could figure out what it’s all about once and for all.

"AMERICA CAN’T COMMUNICATE WITH ITSELF WELL." -ROB MANTHEY, COMPOSER

Yesterday, in conversation with another friend named Brian in San Francisco, who had visited Mississippi once, we came to the shared conclusion that the deep south is far more foreign to Americans than most European cities. Going from San Francisco to Rotterdam, yes, there are of course many differences, but the activities, attitudes, interests, etc, can generally be located on a spectrum that ranges from High Cosmopolitanism to Local Proud Urban Stalwart. This is a very long spectrum, but its width and depth is rather limited. However, once the plane lands on the hot tarmac of the Jackson Mississippi Airport, the equation gets shuffled and the variables become more imprecise. Do the disarmingly polite smiles signify pleasure at your existence, or a more sinister agenda? Are they happy to see you or are they just trying to convert you to an obscure religious practice? How can one tell? I’m not sure if I am able to.

“THE DISTANCE BETWEEN THE TONGUE AND THE BRAIN IS MUCH SMALLER IN NATURE PEOPLE” -GEORGE SIMMEL, SOCIOLOGIST

Upon arriving in Mississippi, I asked Brian Filingim if I could interview him for this article. I wanted to find out what it was like for an openly gay man, subsisting on the salary of an on-call shopping mall showroom installer, working as an artist in the rural deep south. I wanted to find out exactly what made him decide to stay in a place like this, why not just escape to New York, California, or at least Atlanta? Wouldn’t that be infinitely easier? What could possibly keep someone as talented and ambitious as him in this dark pocket of American civilization?

He agreed to an interview from the start. Then I quickly noticed that every time I suggested a date on which to meet, his schedule wouldn’t allow for it, although he still expressed interest. On my last day in the south, he finally told me that he couldn’t do it, without offering further explanation. He was, of course, unnervingly polite about it all, as polite as a true southern gentleman can be.

Maybe he had an inferiority complex which made him shy. After all, they are quite common to white southerners, the product of a pervasive guilt that comes partly from the bloody racial history of this part of the country and its ubiquitous portrayal as an impoverished and uneducated people. Or maybe he was afraid of exploitation: would his status as an artist living in a trailer in the American Dixieland be the object of ridicule? Admittedly, one my interests in his work was its glaring juxtaposition of white trash and arty self-awareness. In Brian’s work, this contradiction is not resolved with the camp flair of John Waters, but is left to hang in the air, tinged with sinister implications.

One sculpture in progress in his studio is a modified and very minimal antique clothing bureau, it might have been a fetish object for an old homosexual queen. It is done all in shades of old wooden brown and weathered white, starkly absent of artifice except for the point where large deer horns seem to grow out of the top, behind which is a mirror. It is a work that simultaneously summons up memories of images of rural brutality, the necessity of those who live from the land to kill that which is eaten, mixed with suggestions of a kind of gay narcissism. The combined effect is to raise questions about refinement of taste and its polar opposite, the earthy simplicity of the peasant, with all of its inherent violence and grotesque bluntness.

I was disappointed that Brian would not talk to me about these issues. Maybe he just did not trust me anymore, as many southerners do not trust people with whom “southern values” are not shared. After all, I had left the south as soon as I could, moving from Mississippi to New York City, then Tokyo, San Francisco, and the Netherlands. I was the one who wanted to remove all traces of that ugly southern soil from my clothes. The south had shown me little except bigotry, hypocrisy, homophobia, and a resilient hatred for the other, in whatever form it might take. I had and still have little sympathy for that part of the world and its people. But Brian had chosen to stay, a decision that I do not understand. My relationship to that part of the world is warming slightly as I grow older, I guess, but why anyone would consciously choose to live down there is still a mystery to me. Maybe with time I will understand, maybe Brian will explain it to me on my next trip down to the American deep south.

Or maybe he won’t. The south holds its secrets, like its history, very close.

^Roddy Schrock
www.things.net/~roddys

The White man Is Scared
Jean Ulrick Désert (USA). Bruce, Nieuwe. Binnenweg 38, 7 mei tot 29 mei.
Artist-in-Residence project 'Meet the artist #14'.

Als tentoonstelling is The White Man is Scared niet interessant. Jammer dat Jean Ulrick niet zijn geëngageerde kunst laat zien zoals het Burka project of Negerhosen; een guerilla performance waarbij hij zijn assistent van Afrikaanse afkomst, Coco, in lederhosen op de Documenta X en Skulptur Project Munster liet rondlopen. Dat is namelijk prachtig. (www.jeanulrickdesert.com)
Wat moet je als kijker met een tentoonstelling waar losse stukjes te zien zijn die een residu zijn van een performance over de verschillen van ras en kleur. De ziel is er uit, het communiceert niet, en brengt ook mijn hoofd niet op hol. Als je er niet bij bent geweest heb je achtergrondinformatie nodig, en dan nog vraag je je af waar het allemaal goed voor is. Het gaat hier om ‘documenten’ van een workshop / seminar als performance. Die ‘documenten’ zijn modeltekeningen van deelnemers, een aantal foto’s, en een nagebouwd bed waar Olympia van Manet op heeft gelegen. Een aantal van de academische tekeningen zijn door deelnemers gedoneerd aan de kunstenaar. Van deze tekeningen heeft Jean Ulrick delen overgetrokken op kalkpapier, formaat A1, met blauwe pen in Delfts Blauw stijl. Wat mij opvalt is dat iedere tekening gesigneerd is en voorzien van een blinddrukzegel met daarop te lezen: Jean Ulrick Désert-Artist. Om eerlijk te zijn is dit het boeienste detail om naar te kijken, bijna zo mooi als de valse handtekeningen van Saul Steinberg. Aan de muur tegenover de tekeningen hangen een aantal kleine kleurenfoto’s, waarop Ike&Tina Turner (met wit geschilderd gezicht) en Burka’s gemaakt uit vlaggen: vier mensgrote etalagepoppen gehuld in Burka’s, gemaakt van de Amerikaanse, Engelse, Duitse, en Fanse vlag. Het Burka Project was in 2002 te zien in Berlijn en New York.
De workshop / seminar had als thema ‘de angst van de witte mens’ en moest de deelnemers hiervan bewust maken. Wat ik aan de muur zie zijn modeltekeningen. Ik zie daarin geen ander thema dan ‘het model’.

^RH
www.bruce.be

Terrorisme-hysterie
Ik heb Steve Kurtz, lid van de kunstenaarsgroep Critical Art Ensemble* en kunstdocent aan de Universiteit van Buffalo, in 1999 leren kennen in Rotterdam, tijdens het project IntraCorp in het Clara ziekenhuis (georganiseerd door cell). Het Critical Art Ensemble is een groep hele lieve, geëngageerde kunstenaars, die met grappige presentaties van fictieve sekte-achtige groeperingen de invloed van technologie op de moderne mens in kaart brengt. Maar in Amerika is dat een staatsgevaarlijke activiteit.
In de vroege ochtend van 11 mei j.l. overleed onverwacht Hope Kurtz, Steve’s vrouw, in haar slaap aan een hartstilstand. Steve belde het alarmnummer 911 waarna de ambulance kwam. Een verpleger, die in Steve’s huis enkele laboratoriumspullen zag, tipte de Joint Terrorism Task Force en de fbi die vervolgens de hele wijk versierde met rood-witte linten, het huis overhoop haalden, alles van belang meenamen, en Steve arresteerden op verdenking van bio-terroris me (zo bleek pas achteraf). Hij heeft geen afscheid mogen nemen van zijn vrouw. Gevonden werden enkele volkomen legale chemicaliën en bacteriën die gebruikt zouden worden in een nieuw CAE-project genaamd ‘Free Range Grains’, waarmee zij tijdens een performance de genetische manipulatie van voedsel konden aantonen.
Omdat er niets illegaals werd gevonden of aangetoond, en er een golf van verontwaardiging door het land ging, had men gedacht dat de zaak daarmee af was. Maar nee, de FBI stelt alles in het werk om Steve Kurtz, twee andere groepsleden, én hun uitgever te vervolgen, ongetwijfeld om hun blunder te verdoezelen. En dat kunnen ze. Een FBI-agent verklaarde dat zij niets van een kunstproject afweten, en daar ook niets mee te maken willen hebben. In hun ogen maakt Steve deel uit van een terroristische cultgroepering. De hoorzittingen voor de Grand Jury worden gelukkig geboycot door alle opgeroepen getuigen - Steve’s vrienden en collega’s. Afgezien van het verdriet over de dood van zijn vrouw en een eventuele gevangenisstraf kan Steve de komende jaren rekenen op de afbetaling van de torenhoge advocatenkosten.
Wanneer u denkt dat dit in Nederland niet kan gebeuren, flikker dan meteen die fles ketchup in de kliko. En zorg er vooral voor dat u niet de combinatie niet-drogende kinderklei, ammonia, gootsteenontstopper, en toevallig ook nog een strijker in huis hebt.

^Anneke Auer
www.critical-art.net
www.caedefensefund.org

Club Math..
Aan de kop van de Mathenesserweg bevindt zich een van de meest troosteloze avondwinkels van Rotterdam. Aan de overzijde opende Club Math in 2003 zijn deuren. Dat typeerde de veranderingen in de wijk. De buurt werd gesaneerd. De overlast die dealers en junks veroorzaakten, de protesten van bewoners en het ‘nieuwe’ gemeentelijke beleid zetten daartoe aan. In Club Math kon je eten, discussieren, feestvieren of dansen.
De avond dat ik Club Math bezoek, wordt er gediscussiëerd. Als je aan kinderen vraagt wat ze later willen worden, zeggen ze nooit journalist of politicus. Club Math is een initiatief van Nico Haasbroek (journalist, oud-hoofdredacteur NOS-journaal) en onder de titel: Het mediabeleid van Rotterdam & beeldvorming nodigde hij politici en journalisten uit: Daan van de Staaij (ex-AD, NOS-Journaal), Victor Reijkersz (Leefbaar Rotterdam), Francisco van Jole (free-lance journalist), Mea van Ravesteyn (fractievoorzitter D’66), Bert Cremers (fractievoorzitter PVDA) en Eefje Oomen (Rotterdams Dagblad).
Haasbroek vraagt zijn gasten ‘in alle openheid’ kritisch over elkaar en zichzelf te zijn.
De PvdA poept vijftig jaar Schuld & Boete, Leefbaar Rotterdam is opportunistisch op het geniepige af, D66 speelt de onschuld. De pers brengt in het geheel niets zinnigs naar voren. Het zijn de freelancers die zich in Club Math als een vis in het water voelen: Haasbroek en Van Jole. Van Jole (de mooiste schoenen van het stelletje) voert het hoge woord: de huidige lokale politiek deugt niet, de pers is niet alert en niet scherp, het lijkt wel ‘staatspropaganda’, waar is in godsnaam de creativiteit?
‘Waar is in godsnaam de creativiteit,’ hoor ik vaak wanneer ik culturele instellingen in onze stad bezoek. De vraag klinkt anders want ‘creativiteit’ zeggen in de kunstpaleizen is vloeken in de kerk. Het is opvallend hoe weinig respect kunstenaars in Rotterdam voor zichzelf hebben. De sector beeldende kunst is de meest ontevreden beroepsgroep van Rotterdam. Logisch. Het is de meest reactionaire beroepsgroep, van opa van vader op zoon, de hele geschiedenis moet mee om een kunstenaar (en alle secondanten rondom die ook hun brood moeten verdienen) te legitimeren. Ik ken geen enkele beroepsgroep die zoveel verleden moet torsen. Verschrikkelijk. Ik ken ook geen enkele beroepsgroep die zo weinig durft te maken wat niet op kunst lijkt. Alle kunst die de beroepsgroep maakt lijkt op kunst. Ziek word je er van.
Club Math lijkt nergens op. Vooral niet op zichzelf. Soms vergis ik me en denk ik dat het een avondwinkel is. Of een buurthuis. Een rokerig theehuis. Club Math is hybride en laat zich niet profileren. ‘Ben jij van de Volkskrant?’ vraagt de vrouw van Nico achter de bar. ‘Nee,’ zeg ik. ‘Ik ben van Fucking Good Art. ‘Leuk,’ zegt ze. Club Math heeft inmiddels het pand op de kop van de Mathenesserweg moeten verlaten en is met de gemeente in onderhandeling over een nieuw pand.

^QS Serafijn

Perception of Space.
Boijmans, 20 mei t/m 1 aug. 2004 Mark Bain, Massimo Bartolini, Ann Veronica Janssens, Ernesto Neto

Das Opening haben etwa ein Drittel der Leute besucht, welche üblicherweise an solchen Anlässen bei Onkel Boijmans erscheinen. Das ist erstaunlich. Denn um es vorwegzunehmen: Ich finde die Ausstellung super! Natürlich rede ich das nicht einfach so daher, denn meinem Urteil sind einige Gespräche vorausgegangen. Und wenn sich leicht und ausgiebig über eine Show diskutieren lässt, ist das für mich ein Anzeichen, dass das Zeugs nicht wirklich schlecht sein kann.
Das Unbequeme vorneweg: Das Haar in der Suppe ist der Beitrag von Ernesto Netto. Leider eine bedauernswerte kuratorische Überraschung. Dieser strumpfwütige Künstler dürfte sonst allenfalls in der Privatsammlung von Kevin Kostner zu finden sein. Ich werde die böse Vermutung nicht los, dass Netto die anderen Positionen der Ausstellung um den Faktor Mehrheitsfähigkeit ergänzen soll. Nie mochte ich Kunstwerke, welche vorgeben, erst durch das Begehen oder Berühren ‘richtig’ wahrgenommen werden zu können. Ich warte darauf, dass mir jemand erklären kann, welche neue Dimension ich im Inneren von Nettos Arbeit verpasse. Denn Netto versucht seit mehreren Jahren, mich mit seiner Fallmasche zwanghaft zum gemütlichen, eben nicht zwanghaften und unbegrenzten Verweilen im inneren seiner Strumpfwelten aufzufordern:
Wer da nicht drin war, kann die Arbeit auch nicht verstehen.
Dies gilt, in einer anderen Weise, auch für den italienischen Meister der Hohlkehle, Massimo Bartolini. Im Unterschied zu Netto spielt er aber mit dem simplen Moment einer geschlossenen Türe, welche geöffnet werden muss, um eine seiner Arbeiten überhaupt zu sehen. Seine Verführung bedient sich unbefriedigter Neugier. Weigere ich mich den Raum zu betreten, könnte ich mich vor einer ähnlichen Enttäuschung wie bei Netto bewahren. Massimo Bartolini verbindet mit den hervorragenden Arbeiten der zwei anderen Künstler Ann Veronica Janssens und Marc Bain, dass sie alle drei mit scheinbar reduzierten Darstellungsmitteln erfreulich überraschende Verschiebungen unserer Wahrnehmung bewirken.
Die bespielten Räume dieser drei Künstler überzeugen nicht nur dadurch dass nicht viel ‘Material’ drin steht. Sie machen auch gute Miene zu einem Museumsneubau, welcher sich den Arbeiten der Künstler zur Verfügung stellt. Die Arbeiten wiederum bewirken, dass es mir leicht fällt das Museum als Rahmen der Arbeiten zu vergessen. Obwohl alle Werke in einer hypnotischen Geste meine Aufmerksamkeit fordern, war ich mit meinen Gedanken nicht mehr nur im Boijmans. Und das ist weit mehr als wertvolle Ablenkung. Hypnose und Zerstreuung im gleichen Moment. Das schafft sonst nur wirklich gute Musik.

^Martin Heldstab, Zwitserse kunstenaar uit Basel in uitwisselingsatelier bij Kaus Australis.
www.boijmans.nl
www.kausaustralis.org

Tulip Enterprises
Funktion durch Verführung: Berlijnse Clubkunst door Paul Fugers en Hans Booy van Tulip Enterprises. Westelijk Handelsterrein 30 mei - 19 juni.

Is Clubkunst kunst? Ik wist niet dat het bestond. Tulip Enterprises wil laten zien dat Clubkunst meer kan zijn dan ‘Spasskultur’. Paul Fugers en Hans Booy zijn Nederlandse kunstenaars die 15 jaar geleden naar Berlijn zijn verhuisd. V!p’s nodigde ze uit om ons de Berlijnse Clubkunst te laten meemaken. Op de opening waren 3 vip’s. Dit had een hippe Berlijnse clubavond kunnen zijn. Tulip heeft de ruimte veranderd in een Berlin-style tijdelijke kunst / klub / projectruimte met prachtige grote kinetische doeken die door licht van gedaante veranderen, homo-erotisch behang mbv sjablonen gemaakt, decoratieve ‘Pattern Paintings’ en video- en diaprojecties. Alles met zeer veel vakmanschap en aandacht gemaakt.
Clubkunst staat mijlen ver van de White-Cube. Zelf noemen ze het de democratische Black-Box. Hier gaat het om de energie en extase, een visueel en auditief environment die je geest naar een ander plan wil brengen. Alle zintuigen worden aangesproken. Dat is best moeilijk als je in je kop vast zit aan de traditionele kunstervaring in de White-Cube - waar ik overigens zelden tot tranen geroerd raak.
De tweede keer dat ik naar Tulip ga is tijdens de Berlin Art Rave. In alle ruimtes van het Handelsterrein zijn DJ’s en heel veel dronken en brallende studenten. Maar niet bij LAB. Ik voel me totaal verloren. Dansen leek mij niet op z’n plaats dus knik ik ritmisch met mijn hoofd op de beats, maar dat houd ik niet lang vol. Kunst schrikt af, ook de Clubkunst van Tulip. Dit is voor clubbers die gewend zijn aan de Now en Wow te serieus en lijkt teveel op ‘echte’ kunst. Wat is er mis met kunst? Kunstenaars zoeken het grote publiek en een andere context, maar het publiek weigert. Misschien moet je ook niet kunst willen paren aan entertainment. Ik ben nieuwsgierig wat er gebeurt wanneer Tulip de Club verruilt voor bv. het Boijmans. Laat de oudjes dan maar komen.

^RH
www.tulip-entreprises.de


Paul Fugers van Tulip Enterprises, Berlin in ViP's

luminous 12”

Vinyl; Sylvester’s ‘You make me feel (Mighty Real)’ (Fantasy K052Z-6178) from a street market in Rotterdam / 2 plain water glasses circa 1880, one colourless, one light green from a street market in Lisbon / a Compact Disc ‘Serenado’ (New Albion 123) works by the late Lou Harrison interpreted by guitarist David Tannenbaum in the mail from Boston / the 3rd issue of the marvellous magazine Fairy Tale with wonderful model Robin Saunders as in the previous 2 in the mail from somewhere in germany / a copy of ‘La Manipulation des images’ on the work of Klossowski from Bookstorming on rue de la perle paris / a white cotton jersey cinqetoilesluxe scarf, hand stitched all around it’s edges with a golden thread in the mail from paris / issue 10 of Butt magazine with fabulous London clubland fixture Jonny as cover-pierrot in the mail from amsterdam / blue leather Michiko Koshino gloves from her sample sale / 3 copper safety pins and a blue moth-eaten Indian cashmere débardeur from les puces de montreuil / a sleeveless Joe Casely Hayford cotton cambric shirt from Pineal Eye on Broadwickstreet London / a copy of Peter Schlesinger’s a chequered past which is a lovely piece of photography and name dropping.
‘From the house of the future to a house of today’ at Witte de With, Rotterdam, a symposium held as part of this show on architects Peter and Alison Smithson. Interesting people have been flown in by Catherine David to share thoughts on things like ‘everydayness of dwelling’, ‘apocalyptic wallpaper’, ‘brutalist kitchenware’, and ‘rethinking the relation between idealism and realism in architecture’. The Smithsons were determined to make the most out of what little there was available and called this inspiring and sensible approach ‘As Found’. In her talk American scholar Joan Ockman sets this off against Charlotte Perriand’s work, not her well-known designs collaborating with le Corbusier, rather her folklore inspired more contemplative works from after WW2. Louisa Hutton has worked for the Smithsons in the eighties, she pulls their influence into the presence by talking about the persistence of this influence on the practice she is currently running in Berlin with Matthias Sauerbruch. Funny anecdote about Peter Smithson always loudly referring to OMA as ‘Office for Dutch Provincialism’ (also with Rem present at a party in her London flat) Same day I visit Duende, long standing artist’s complex in Rotterdam. The idea of their open house: every residing artist inviting someone to collaborate and show with. The effect: a frightening number of mid-career artists, somewhat depressing in a city with few serious collectors, curators or galleries. Happy to see Allard Budding’s paintings, one clever/sad titled (t)z.t., shouldn’t be too difficult to create a waiting list for his elegant paintings. Dré Wapenaar has organized ‘Dark Sounds’ a 3 day music program, two grand piano’s dominate his studio. Listen to Simeon ten Holt’s SoloDuivelDans 3 by pianist Robbert Lambermont. Meet gorgeous ‘Erik’, maybe two years ago he was in charge of the farm in Joep van Lieshout’s short lived free-state, haven’t seen him since, he’s now repair-man of water taxi’s and looking after horses in Dordrecht. Nobuko Hayashi shows hanging rubber sculptures, she likes it when people touch them. Risk Hazekamp has taken her collaboration with Luk Gobyn serious, they have created a political neon piece. Risk’s neighbor, the successful painter Robert Zandvliet who’s recent Chelsea gallery show got quite a negative write up in the New Yorker is keeping his doors closed to the public.

Off to Paris for work. Travelling on to Porto, more work.
In Porto most evenings we are entertained by interior designers Artur et Jacques, currently flooded with work after pages of editorial on their projects in wallpaper. In their SUV they drive us through the maze of the old city to discover locations one would never find as mere visitor like a very stylish hidden restaurant run by Lesbians and a Russian Matrone. Another night they show the restaurant and lounge they have designed in blue’s and smoked glass for the rooms eiffel was working from while his famous steel bridges in Porto were under construction. Visit the Serralves foundation, greatly disappointing building by Siza, never been in an art space with so many dead ends; nice lunch on roof. Rem Koolhaas’ Music Theatre in Porto’s center, a jewel fallen from the sky, is as almost finished as it was almost finished in 2001.
We drive down to Lisbon for a short holiday which proves somewhat difficult as Lisbon turns out to be a favorite week-end for Parisians these days; press agents, bookers, models, the lot, the most beautiful Portuguese boy around is someone we already knew... victor who used to work at Comme des Garçons in Paris. He is back in Lisbon and proves an intensely charming host.
Back to Paris, work.
Moment with Catherine Baba who is shooting for Dazed and Confused with legendary seventies photographer Irina Ionesco, cats as extra’s eating Science Diet.
Thalys to Holland, work.
Take a train to Den Bosch. The beautiful Goulmy & Baar cigar factory built in 1898, it’s construction made possible by eiffel’s inventions, houses art space Artis. It is presenting Jack Jaeger’s show floor of heaven subtitled ‘photography about photography’. Jack has curated an intriguing show combining his own work with his collection of historical photography, and with works by contemporary artists from the cities where he lives, Amsterdam and New York. The effect is a highly personal visual discours in an unpredictable way conveying a broader meaning. His choices seem to try to get as far away from photography as possible. No ‘merge down’ or ‘flatten image’ here. An ox adorned in painted strings of pearls by Kinke Kooi might be seen as to mirror a water coloured 19th century photo of île Saint Louis in Paris. Mae West by Cecil Beaton in close proximity with, as much a superstar in his own right and time, victor Hugo. Lo-Fi, pixelated Goths in an endless embrace by Julika Rudelius I can see in different light after ‘extraordinaire calculateur mental’. Near the entrance the first deliberate juxtaposition, after having passed under one of Jack’s own works that functions as a Balla-esque mind set blending blue into pink and pink into purple, is a set of WW1 pictures; trenches, hospital-interiors (‘reproduction interdit’), facing the New York Times cover from March 25 (this show opened on April 10) with a hauntingly beautiful suicide boy, a sequence of 5 pictures: ‘the Israelis disarm a boy with a bomb’. Bill Wurtz’ sculpture is very similar to one I installed in Paris for him a few years ago, what then was a intricate fountain of buttons is now a intricate fountain of slides depicting catwalk moments, unfortunately the space is somewhat overwhelming for the intimacy of this work. Pleasure when details in a show are nice; like a reading table with reference books; magnifying glasses; the unassuming work of Arnoud Mosselman in an album; and a nice selectionof relevant newspaper and magazine clippings; Herald Tribune; NYT; Vince Aletti in the Village Voice; website printouts, intimate detail here is that Lily van der Stokker and Jack obviously share a printer and properly recycle the misprints it produces, so the reverse of some texts in the folders show fragments of Lily’s documentation. Rotterdam, at Mirta Demare gallery the boys from tel aviv Gill and Moti built an installation and stage a performance. Their endeavor, finding an Arab boy for a political marriage with them, interestingly linked to van Dijck’s painting of Dutch-Swedish political child-marriage. In a Jewish neighbourhood in Antwerp they’ve spread a flyer asking people to donate unwanted bits of furniture, this is their material for an environment accommodating the Jewish-Arabian threesome.
In a pub on Nieuwe Binnenweg we go see London based Japanese girl punkband Mika Bomb, cineast victor Vroegindeweij is there on the sidewalk, disappointed the girls aren’t the ones he has seen in a recent Hollywood movie he stays there. The point the Mika Bomb girls have come over to make, fierce as if they were 17, is that girls rock and win. Peroxided bass player tries to make the most of the dull crowd, later the lovely posters and compact discs the Mika Bomb people have signed and given us, get stolen by the suddenly not sò slow youngsters, Raventown we now call that pub.
Same week-end, at Westelijk Handelsterrein, the boys from Berlin Hans Booy and Paulus Fugers have decorated a space with silk screened sexy wallpaper a German firm has produced for them, Kraftwerk radio-activity 1975 Lo-Fi futurism style. It forms a background for their meticulous Day-Glo paintings and editions. Just hope they got a decent fee for the fair amount of work done to elevate the Moët et Chandon and other promotions going on there.
Next day, London, Hampstead Heath men’s pond, swimming with sunglasses de rigueur.
London, a Soho Square picnic celebrating Gerard Forde’s birthday, friends from Paris, New York, Holland, many a Tattooed Brit, truly legendary David Medalla showing colour-xeroxes of 6 projects at once, elegantly dropping a question about a work he executed at Boijmans van Beuningen a few years ago, supposedly never returned by Chris Dercon, nor bought by the museum. We wonder whether it is in Munich now. The Veuve Cliquot bottles come in high-tec-attention-seeking-temperature-regulating-bright-yellow-covers to Soho Square, it’s all overflowing with charm. The adorable Catherine is with Del LaGrace. Catherine is looking after horses in Sweden when she is not photographing horses in London. Early evening, our host Gerard changes from Westwood light-summerwear-with-beautiful-piping into Westwood serious-eveningwear-with-black-on-black-embroidery on the plaza of the Barbican, Bernard Haitink is conducting a splendid Mahler’s 6th at the Barbican as part of his 75th birthyear program. Afterwards Carluccio’s at the meat market serves dinner and Proseco. Off to Soundstorm’s Siren Suite for deluxe Sunday clubbing, meaning DJ’ing of classical music and more by Richard Torry, Mathew Harden and singing by the adorable vocalist~DJ Bishi. On to LA3 and Orange, accompanied by Venezuelan graphic designer of bountiful talent Oscar Henriquez and English graphic designer of bountiful talent Philip Marshall. Enjoy Heron spinning at Orange. Last time clubbing with Oscar in NYC’s east village (FGA#3), legendary Boy George popped up and so he does in afterhours on a Monday morning in Vauxhall, we have a laugh (same hat). Midday, Oasis Pool.
Mirta Demare gave me an envelope for her London-based Columbian narco chic artist Fernando Arias so we have a moment on Hoxton Square, disappointed when no money in envelope, keeps going on about ‘princessa’ no effort to explain what that is about. I don’t understand why people are keen to sit in grassless Hoxton square when one might just as well meet up in elegant Russel Square or in nice smelling Bloomsbury Square for that matter.
Step into Yuko’s store Pineal Eye, she unfortunately happens to be in Japan, her space is decorated with an enormous ball of crumbled pink paper hanging from the ceiling, sort of seventies ‘homo-ludens’.
I bet it is not playful but conceptual as it is there to promote the Butt people’s merchandise Yuko is stocking. Like a Warhol ‘BAD’ T-shirt remade reading ‘BUTT’, produced by Levi’s RED, and novelty-items for birthday moments.
At night having Soho coffee’s with Oscar and his friend Randy who’s just in from NYC to spend time in London before his composition workshop at the Iannis Xenakis Institute on the outskirts of Paris starts. He has the rather stunning story that his mentor in New York, LaMonte Young, manages to defy nature by living according to a 6 days/6 nights a week schedule which keeps him from wasting too much time sleeping...
Next day Vivienne Westwood show at the V&A is good to see, so parallel to what I grew up with. I never realized that on my first ever visit to London as punkkid in 1979 her shop on a then bustling Kingsroad had already been there, bearing several names, for an odd 10 years. The show is well done. It is split up in an alternative room; everything pre-haute couture, and an archetypal room; objects since 1991 the V&A strangely calls ‘mature’, I think the Malcolm McLaren period is pretty ‘mature’ too. A lot of items from her current collections, and reference artefacts from the V&A’s historical collections. Both rooms have a soundtrack. I especially like to see Hypnos and cut slash and pull in retrospect. Vivienne is always marvellous in her royal attitude (we are all royal if we dare) and quotes like: ‘You have a much better life if you wear impressive clothes’ or ‘People often mistake for arrogance what is my total boredom with normality’. I desperately want to see what is up for sale at world’s end now, so I catch a bus down there.
New York gallerists Chris D’Amelio and Lucien Terras tune into the Neo Gothic trend by invading Paris, Bibliothèque Thiers on place saint georges that is, with a group show. Publicity pics showcasing David Altmejd’s work smoothly blend into Paris Vogue. He, a young ambitious Canadian all over the place right now, liberally using the late Paul Thek’s vocabulary. First somewhat sceptical about this (FGA#1) now, after recently seeing shameless Paul Thek plagiarism by Thek’s contemporary, friend and former collaborator Ritseart ten Cate, I suddenly greatly prefer this young guys stuff.
Fly out to New York to see Tony Feher’s show at the actual D’Amelio Terras gallery in Chelsea, which is about to come down. Subsequently taking up a lovely invite to come and stay on legendary fire island, while living in NYC in the nineties this beach ghetto was probably to close for comfort, now it seems the right escapist thing to do.

^Sico Carlier, Rotterdam June 30, 2004

Colophon
Fucking Good Art HQ – Rotterdam | Berlin | Zurich
Artists/editors – Robert Hamelijnck and Nienke Terpsma
Collective – always working with a changing collective of makers and thinkers

Fucking Good Art is a travelling artistsí magazine or editorial project for research in-and-through art by Dutch artists and non-academic free-style researchers Robert Hamelijnck and Nienke Terpsma.

Fields of interest are: oral history, anthropology, documentary, investigative art and journalism, counter- and subcultures, anarchism and resistance, DIY self-organisation and DIT do-it-together strategies, and models outside the art market.

The first issue was published in December 2003.
English translation and copy editing – Gerard Forde
Webdesign – catalogtree.net
Co-publishers – Fucking Good Art, edition Fink (Zurich), post editions (Rotterdam), and NERO (Rome)
Distribution – MOTTO and Idea Books
Available in bookshops around the world and via our website

^