#1 | #2 | IFFR#33 | #3 | #4 | #5 | #6 Munchen | #7 | #8 | #9 | #10 The Interviews | #11 | #12 Berlin | #13 Dresden | #14 | #15 | #16 Copenhagen | #17 IFFR | #18 Riga | #19 Conceptual Art | #20 The Swiss Issue | #21 Aktie! | #22 Rotterdam Art Map 1.0 | #23 Bruxelles | #24 Maasvlakte 2 | #25 Douala | #26 Rotterdam Art Map 2.0 | #27 Tbilisi | #28 Budget Cuts NL | #29 Italian Issue | #30 Rotterdam Art Map 3.0 | #31 It’s Playtime | #32 | #33 Rotterdam Art Map 4.0 | #34 Arnhem Art Map | Copyright | HOMEPAGE

Redactioneel
Wij kregen een mail-oproep tot aktie van het Platform ZonderKunstenaarsGeenKunst over de herverdeling van 13,3 miljoen euro van de Rijksbijdrageregeling Beeldende Kunst en Vormgeving (Geldstroom BKV). Dit geld was oorspronkelijk voor kunstenaarsbeleid, en ging via kunstinstellingen als CBK naar kunstenaars en vormgevers in de vorm van individuele subsidie.1 Per 1-1-2009 wordt de Geldstroom BKV vervangen door de ‘decentralisatie-uitkering’. Rotterdam krijgt (weer) 2.1 miljoen euro, die wordt verdeeld over een aantal kunstinstellingen. Het CBK krijgt 1.2 miljoen, en 0,9 gaat naar de andere instellingen. Er is nu een groot verschil: bovengenoemde voorwaarde vervalt en de gemeentes mogen het geld weer aan individuele kunstenaarssubsidies besteden.
Dat er minder individuele subsidies zijn, dus geld voor de makers, de kunstenaars, is niet alleen een Rotterdams probleem maar een landelijke trend.2 Het ministerie van OC&W besloot dat per 1-1-2005 de lagere overheden ( 14 grote gemeenten en 12 provincies waar het verdeeld werd over presentatie-plekken  en  kunstinstellingen ) geen individuele subsidies meer mochten geven; het Fonds BKVB werd zogezegd centraal loket. Zo verdween inmiddels al weer vier jaar geleden bij ons eigen CBK het artist-in-residency programma en de Onderzoek en Stimuleringssubsidie (O&S). Tegelijk is het landelijk beleid steeds meer op de markt gericht, op ondernemerschap, maatschappelijk nut en financieel rendement. In 2007, in de aanloop naar het nieuwe cultuurplan, publiceerden Fonds BKVB en de Mondriaan Stichting Second Opinion, en startten debat over ‘de subsidies voor kunstenaars in samenhang met de financiering en positie van de kunstinstellingen.’ Second Opinion pleitte voor meer geld voor minder kunstenaars. In reactie werden Kunstsubsidiedebat.nl en het Platform ZKGK opgericht.3
Zelfs als het geld ‘voor productie’ deels naar presentatie-instellingen gaat, in plaats van rechtstreeks naar de kunstenaars, zou het tenminste redelijk zijn dat kunstenaars passend honorarium en productiebudget krijgen.4
Sinds de kredietcrisis lijkt het dogma dat de markt altijd gelijk heeft, een beetje te wankelen. Het is jammer dat we nu net voor 4 jaar vastzitten aan dit cultuurplan. We vinden het een mooie tijd voor veranderingen. Klein begin: eind februari neemt de gemeenteraad een beslissing over de herverdeling en besteding van de voormalige BKV-gelden vanaf 2010. Gelukkig Nieuwjaar!

^Rob Hamelijnck & Nienke Terpsma

Meer ruimte voor meer divers beleid'

Interview met Ove Lucas, directeur CBK Rotterdam

Wij kregen een e-mailoproep tot aktie van Platform ZonderKunstenaarsGeenKunst over de herverdeling van 13,3 miljoen euro van de Rijksbijdrageregeling Beeldende Kunst en Vormgeving (Geldstroom BKV). Dit geld was voor kunstenaarsbeleid, en ging via kunstinstellingen als het CBK naar kunstenaars en vormgevers in de vorm van individuele subsidie. Maar in 2004 werd door het ministerie van OC&W besloten dat dit niet langer mocht. Rotterdam krijgt 2.1 miljoen euro, die wordt verdeeld over een aantal kunstinstellingen. Er gaat 1.2 miljoen `naar het CBK. Per 1-1-2009 komt voor deze regeling de decentralisatie-uitkering in de plaats en krijgen de gemeentes weer de kans hun beleid aan te passen.
FGA
Wat vind jij hiervan?
Ove Lucas
De Rotterdamse kunstinstellingen die gebruikmaken van de rijksbijdrage BKV zijn het Centrum Beeldende Kunst, Museum Boijmans van Beuningen, Nederlands Fotomuseum, SKVR, Witte de With alsmede de dienst Kunst & Cultuur. Het klopt inderdaad dat het ministerie van OC&W vanaf 2005 een beleidswijziging, voor wat betreft de besteding van het geld, heeft doorgevoerd. Het belangrijkste verschil met de jaren ervoor (1987-2004) is dat de lagere overheden (gemeente en provincie) geen kunstenaarssubsidies meer mochten geven (met andere woorden: er is één subsidieloket voor individuele beeldend kunstenaars en dat is het Fonds BKVB) en het geld kon niet meer worden aangewend voor aankopen ten bate van de kunstuitleen. Dit zou de indruk kunnen wekken dat er minder geld naar kunstenaars gaat. Dat is voor wat betreft het Centrum Beeldende Kunst echter niet het geval, alleen heeft zich in de bestedingswijze een forse wijziging voorgedaan – het accent is sinds 2005 grotendeels verlegd van onderzoek en productie naar presentatie en promotie. Ik onderschrijf ook de noodzaak om eens goed te kijken naar de wijze van besteding. Wat willen we in Rotterdam met beeldende kunst en beeldend kunstenaars en hoe kunnen we dat zo goed mogelijk met elkaar organiseren.
FGA
Er is sinds 2005 veel veranderd bij het CBK. Je hebt gereorganiseerd, subsidieloketten zijn gesloten. Er zijn kunstenaars in Rotterdam die zich echt afvragen wat het CBK voor hun kan doen? Laatst zei een boze kunstenaar op een opening dat het CBK maar moest sluiten.
Ove Lucas
Zeker, er is veel veranderd sinds 2005, maar gereorganiseerd heb ik het CBK niet. Wat ik vooral heb gedaan is een goede vorm te vinden waarmee het CBK handen en voeten kon geven aan de nieuwe beleidsintenties van het minsterie van OC&W, met name waar het gaat om de bemiddelaarsfunctie (vraag en aanbod) en versterking van de presentatiefunctie (met name TENT.).
Ik vind dat het ons binnen de beperkingen gelukt is ook echt nieuwe mogelijkheden te scheppen. Zoals gezegd mochten wij per 2005 het uitgebreide subsidiestelsel dat daarvoor bestond niet voortzetten, in plaats daarvan is het CBK begonnen met het Opdrachtenbureau. Uitgangspunten bij de opdrachten die het CBK geeft, zijn: er moet sprake zijn van een opdrachtgever, er moet sprake zijn van externe financiering en het project dient op enigerlei wijze een publiek karakter te hebben. Daarbij geldt een maximum van 5.000 euro en nooit meer dan 50% van de begroting. Daarnaast geeft het CBK zelf ook opdrachten, met name waar het gaat om educatieve projecten, waarbij in bijna alle gevallen beeldend kunstenaars worden ingeschakeld. Om aan te geven waarover het dan gaat: het CBK gaf in 2008 ruim 250 opdrachten met een bijdrage van circa 600.000 euro vanuit de BKV-gelden. Wat wij hiermee natuurlijk beogen is dat er vanuit ‘de markt’ meer in beeldende kunst wordt geïnvesteerd.
FGA
Ben je het eens met het ministerie? Waarom moest het subsidiestelsel eigenlijk op de schop? Het nieuwe kunstbeleid en het hele denken over kunst gaat er vandaag om dat kunst haar nut moet bewijzen voor de samenleving. De besteding van publiek geld moet verantwoord worden, en daarom wordt er gezocht naar maatschappelijke verankering van kunst en cultuur. Dit heeft consequenties voor het kunstenaarschap. Geloof jij dat de kunst hier beter van wordt?
Ove Lucas
Ik vind dat het CBK er in de afgelopen jaren in is geslaagd op diverse manieren nieuwe perspectieven te bieden voor beeldend kunstenaars in Rotterdam binnen de door de overheid (rijk en gemeente) gestelde criteria. Dat dit niet iedereen convenieert, is mij duidelijk, desalniettemin. Zeker was ik het niet eens met de rigoreuze beleidswijziging die ten aanzien van de besteding van BKV-gelden per 2005 door het ministerie van OC&W werd doorgevoerd, maar Rotterdam accepteerde het destijds en met die gegevens ben ik gewoon aan het werk gegaan. Met, ik zeg het nog maar een keer, ook veel mogelijkheden voor beeldend kunstenaars in Rotterdam.
Ik vind, zeker in een stad als Rotterdam, echter dat er ook ruimte moet zijn een meer divers beleid, bijvoorbeeld mét stipendia voor onderzoek en experiment, mét een internationaal gastatelierprogramma. En ook de mogelijkheid om aankopen te doen voor de Kunstuitleen, omdat daarmee het mes aan meerdere kanten snijdt.
Maar in 2004 heersten daarover andere gedachten. Echter, hoe dan ook: de mensen die destijds verantwoordelijk waren, zijn er in geslaagd om de middelen die vanuit deze rijksbijdrage aan beeldende kunst konden worden besteedt, te continueren, niet alleen via het CBK maar ook andere instellingen. We (Rotterdam) hadden ook heel principieel kunnen zijn zonder geld en daardoor onmogelijkheden. Maar kijk eens naar de andere 4 grote steden in Nederland. Natuurlijk weet ik dat het elders anders gaat (sinds enige jaren is het immers duidelijk in Den Haag te doen), maar daar is op politiek en bestuurlijk niveau destijds een andere beslissing genomen dan in Rotterdam.
FGA
O ja, welke?
Ove Lucas
De details weet ik niet, dat zul je in Den Haag moeten navragen, maar in ieder geval is ervoor gekozen om via Stroom hcbk diverse subsidiemogelijkheden voor kunstenaars overeind te houden, in tegenstelling tot bijvoorbeeld Rotterdam.
FGA
Dat begrijp ik niet. Het ministerie heeft toch besloten dat hiervoor nog maar een centraal loket is, namelijk het Fonds BKVB? In je vorige antwoorden zeg je dat het CBK geen andere keus had. Hoe zit dit, waarom had Stroom hcbk die keus dan wel?
Ove Lucas
Ik neem aan dat Den Haag die subsidies dan ook uit gemeentelijke gelden betaalt, maar nogmaals, dat zul je daar moeten achterhalen. Rotterdam heeft er destijds voor gekozen de lijn te volgen die vanuit het ministerie werd aangegeven.
Of onze stad daarmee minder aantrekkelijk is geworden, waag ik te betwijfelen. Er is heel veel gaande, alleen zijn de namen veranderd. Dat er nu discussie ontstaat, vind ik heel goed. Het is een aanscherping van ondermeer debatten die we in 2007 voerden naar aanleiding van kort gezegd ‘Meer Geld voor Minder Kunstenaars’. Het valt me op dat het heft weer door kunstenaars in handen wordt genomen.
Begin 2009 starten we met het CBK, via het Platform Kunstenaars (TAMTAM), een serie gesprekken en openbare debatten. Dat lijkt mij heel belangrijk en ik roep iedereen dan ook op.
Tot slot dit nog: beeldende kunst wordt niet per definitie beter door maatschappelijke verankering, maar sluit het ook niet uit. Ik heb al eerder aangeduid dat het voor mij niet een kwestie is van of/of maar en/en.
FGA
Het zou wel helpen in deze discussie iets meer te weten over de geschiedenis van het cultuurbeleid in Nederland?
Ove Lucas
Een exposé over het Nederlandse kunst- en cultuurbeleid sinds 1945 voert mijns inziens in deze context wat te ver, ik verwijs graag naar de uitmuntende publicaties van bijvoorbeeld de Boekmanstichting en de website kunstsubsidiedebat.nl van vorig jaar. Iets wil ik er wel over zeggen: politieke prioriteiten hadden en hebben altijd invloed op het beleid én er zijn in de loop der decennia accenten verlegd (van kunstenaarsbeleid naar kunstbeleid). Verankering en maatschappelijk nut zijn geen nieuwe begrippen, al eerder werden kunst en cultuur gebruikt om ‘het volk te verheffen’ of als ‘glijmiddel’. In 1981 zette ik mijn eerste stappen in de beeldende kunst als dienstweigeraar bij het Lijnbaancentrum van de Rotterdamse Kunststichting, één van de meest bijzondere tentoonstellingsplekken die er ooit waren in Nederland. Vijf jaar later werkte ik bij het toenmalige ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn (OC&W) met Eelco Brinkman en werd kunst en cultuur ineens iets waarmee we “wereldwijd onze economische belangen moesten verstevigen”. In Rotterdam is na 2001 politiek een en ander verschoven, zelfs directeuren van kunstinstellingen vroegen zich af of we met publiek geld moesten doorgaan op de wijze die tot op dat moment gebruikelijk was. Tot 1987 voerde Nederland kunstenaarsbeleid via de BKR. In dat jaar werd het geld van het ministerie van Sociale Zaken overgeheveld naar OC&W, via de Rijksbijdrage Beeldende Kunst en Vormgeving (Geldstroom BKV) werden steden en provincies in staat gesteld kunstbeleid te voeren. De opmars van Rotterdam als stad voor de beeldende kunst zou ondenkbaar zijn zonder dit: Witte de With, de Stadscollectie van Museum Boijmans Van Beuningen, subsidies en tentoonstellingen van het CBK.
Waar staan we nu en hoe gaan we verder? Dat is de vraag waarmee we in 2009 aan de slag moeten gaan. Ik ben blij met de constatering dat particulieren en bedrijven meer dan voorheen bereid zijn om in beeldende kunst te investeren, Ik vind niet dat een stad verantwoordelijk moet zijn voor de inkomenspositie van kunstenaars, maar dat intellectuele en emotionele exercities volop baan moeten kunnen vinden. Het mooiste dat ik me voor 2009 wens is dat het nu hippe begrip ‘creatieve economie’ als vanzelfsprekend beeldende kunst omsluit.
FGA
Dus jij hebt ook dat beroemde boek van Richard Florida op je nachtkastje liggen?
Ik krijg de indruk dat jij echt gelooft in het cultureel ondernemerschap, en Florida’s ideeën over de creatieve industrie waarbij kunst de motor is van de economie omarmt. Ik heb het Ivo Opstelten ook horen zeggen in zijn afscheidsrede: ‘Rotterdam is een sterk merk…wij zijn trots op onze creative industry.’ CBK geeft sinds december 2007 het magazine KAAT uit over ‘kunst & economie’. KAAT is een service gericht blad dat op zoek is naar partners en het bedrijfsleven wil verleiden tot deelname aan kunstprojecten. Ik begin me zorgen te maken als ik in KAAT lees dat Herman van Wamelen (Pact op Zuid) enthousiast spreekt over: ‘kunst als instrument om de uitstroom van de middenklasse uit de stad te stoppen.’ Is dit de toekomst van de kunst?
Ove Lucas
Nee, ik heb echt andere dingen op mijn spreekwoordelijke nachtkastje liggen, bijvoorbeeld Die Bibliothek ungelesener Bücher van Julius Deutschbauer. Ik geloof zeker in de economische kracht van kunst en cultuur, niet omdat Florida en anderen dat schreven, maar omdat de praktijk in Rotterdam dit aantoont. Zeker wil KAAT verleiden tot deelname aan kunstprojecten door private financiers, maar de inmiddels drie afleveringen van KAAT laten ook zien wat ‘kunst & economie’ in Rotterdam betekent. Het geeft inzicht in de bijzondere activiteiten van kunstenaars, organisaties en bedrijven daaromheen voor een publiek dat wellicht minder bekend is met die wereld. Volgens mij heb ik al eerder ergens gezegd dat het inzetten van kunst voor maatschappelijke doeleinden (participatie, verheffing, economie) geen nieuwe ontwikkeling is en het lijkt me als (stads)bestuurder ook niet zo raar een opvatting te hebben over hoe publiek geld zou kunnen worden aangewend. Is dit de toekomst van de kunst? Ook. Maar uiteindelijk ben jij het zelf die de keuze maakt ergens aan mee te doen, of een andere weg kiest die meer met de intrinsieke waarde van kunst te maken heeft.
FGA
In ons laatste nummer FGA#20 – The Swiss Issue staat een interview met Wenzel Haller, een van de organisatoren van www.artists-in-residence.ch, en een kaart met 80 gastateliers in het buitenland en 20 in Zwitserland. In Zwitserland worden gastatelierprogramma’s gezien als een geaccepteerde vorm van subsidie aan kunstenaars: Die Vergabe von Auslandateliers ist jene Künstlerförderung mit der grössten Akzeptanz. Hier is wat mij betreft voor een havenstad als Rotterdam met internationale ambitie enorm veel te halen. Maar ook dat met de nieuwe regeling ‘decentralisatie-uitkeringen’ oude regels komen te vervallen en er weer wel individuele subsidies kunnen worden verstrekt.
Ove Lucas
Ik ben er dan zeker heel erg vóór samen een mooi programma voor de komende jaren te maken en die mogelijkheid doet zich ook voor, omdat het BKV-geld nu direct door de gemeenten kan worden aangewend. De dKC gaat in 2009 nieuw beleid voor vanaf 2010 formuleren en wat dat betreft is deze discussie een belangrijke aanzet. Ik heb duidelijk gemaakt waar voor mij de schoen wringt en ik zou het heel goed vinden wanneer het CBK samen met Rotterdamse kunstenaars tot afgewogen voorstellen komt. En wat mij betreft zijn er voor wat betreft de besteding van de BKV-gelden 3 speerpunten: TENT., artist-in-residence en onderzoek. Ik hoop oprecht dat we elkaar daarin vinden

^Dit is een verkorte versie van een e-mail interview dat gedurende de eerste weken van januari plaatsvond.


Steeds minder individuele subsidies, of hoe 130 miljoen gulden 37 miljoen euro werd

Anne Berk, ZonderKunstenaarsGeenKunst

In 1983 was er 130 miljoen gulden voor individuele kunstenaars afkomstig uit de BKR-gelden.1 De BKR-gelden, die in 1985 zijn afgeschaft, zijn in 3 stukken geknipt. In 2008 is daarvan 37 miljoen euro over, waarvan 12,7 miljoen individuele subsidies via Fonds BKVB en 25 miljoen via sociale zaken uit de WWIK. De derde component is de Rijksbijdrageregeling Beeldende Kunst en Vormgeving (BKV), de 13,3 miljoen die vanaf 2009 onder de naam ‘decentralisatie-uitkering voor beeldende kunst en vormgeving’ naar 36 grote gemeenten gaat.
In het nieuwe Kunstenplan voor 2009–2012 is nog minder geld van de overheid beschikbaar voor individuele subsidies. Maar zonder kunstenaars is er geen kunst.


Nederland besteedt 0,52 % van de rijksbegroting aan kunst, cultuur en erfgoed. Dat wordt waarschijnlijk 0,48%.2 In Frankrijk is dit percentage 1%. Dat is ook de adviesnorm van Unicef. Vlaanderen besteedt zelfs 3,2%.
In 2005 was het totale budget Kunst, Cultuur en Erfgoed in Nederland 369,7 miljoen.2 Daarvan is 131 miljoen rijksgeld voor musea 2, 70,6 miljoen Budget Beeldende Kunsten 3 , 22 miljoen gaat naar het Fonds BKVB, en slechts 12,7 miljoen daarvan gaat via individuele beurzen en stipendia naar beeldend kunstenaars.4

Er zijn tussen 10.000-15.000 beeldend kunstenaars in Nederland werkzaam.

Individuele subsidies:
1983 — 130 miljoen gulden 1
2008 — 37 miljoen euro
waarvan 12,7 via het fonds BKVB en 25 miljoen via de WWIK.
—————————————
1 FONDS BKVB
—————————————
Totaal aantal individuele subsidies
per jaar in de jaren:
1988 — 1643 beurzen 5
2001~2005 — 600 beurzen 6
2009~2012 — 270 beurzen 7

Tot 2005 waren individuele subsidies beschikbaar uit verschillende kunstinstellingen. Sinds januari 2005 is het fonds BKVB ‘het centrale loket’ voor alle individuele subsidies.
Volgens het nieuwe beleidsplan van het Fonds BKVB zijn er vanaf 2009 nog 200 basisbeurzen en 70 startstipendia. (Bijdragen Werkbudget, Matching Grants en Publicatie Subsidies, zijn daarbij niet meegeteld)

2002 — 131 startstipendia 8
2004 — 123 startstipendia
2009~2012 — 68 startstipendia 9

Dat is minder dan 10% van de academieverlaters. ‘Ter vergelijk: van de academieverlaters ontvangt ongeveer 50% een WWIK-uitkering.’ 10
—————————————
2 WWIK en flankerend beleid
—————————————
WWIK in euro’s:
2003 — 40 miljoen
2007 — 25 miljoen
2009 — ?
De WetWerkenInkomenKunstenaars (WWIK) voor beeldend kunstenaars bestaat sinds 1993 en wordt betaald uit Sociale Zaken. 10 De WWIK bestaat uit 70% bijstand gedurende maximaal 4 jaar binnen 10 jaar. Ontvanger mag tot 125 % van bijstand bijverdienen. Er is een progressieve inkomenseis. Daarna moet de kunstenaar zichzelf kunnen bedruipen. Uitgangspunt van de WWIK is dat je het moet redden op de markt.
Van de WWIK maakten in
2003 — 3000 kunstenaars 11 en in
2007 — 2200 kunstenaars van alle disciplines gebruik

En de WWIK staat nu ter discussie.
—————————————
3 BKV-gelden wordendecentralisatie-uitkering
—————————————
Het Rijk heeft taken afgestoten, gemeenten worden daarmee medeverantwoordelijk voor het inkomensbeleid voor kunstenaars.
De Geldstroom Beeldende Kunst en Vormgeving (BKV) werd in 2005 gedecentraliseerd en ging toen als zgn ‘specifieke uitkering’ naar 14 gemeenten en 12 provincies. Vanaf 2009 worden die gelden als ‘decentralisatie-uitkeringen’ over 36 gemeenten verdeeld.

2001~2004 18 miljoen / jaar
2005~2008 16,7 miljoen / jaar
2009~2012 13,3 miljoen / jaar

Vanaf 2009 gaat 2,5 miljoen uit deze budgetten naar presentatieinstellingen als De Appel, W139 en Witte de With. Musea en presentatie-instellingen betalen echter (nog?) geen hang- en stavergoeding of honoraria.18 (Ze investeren echter wel in de productie van nieuwe werken.)
Beslissingen over de besteding van die gelden vanaf 2010 (in 2009 bijft de verdeling gelijk aan die in 2005~2008) gaan dus over bijna een derde van het totale budget voor de inkomens van kunstenaars. In Rotterdam gaat dit over 2.1 miljoen euro per jaar.
Tot 2009 gold de strikte afspraak dat het Rijk het kunstenaarsbeleid voor zijn rekening nam en de gemeenten het kunstbeleid 12, maar met de nieuwe regeling decentralisatie-uitkering komen die oude regels te vervallen, waardoor gemeenten wél weer individuele productiebudgetten voor kunstenaars mogen en kunnen invoeren.
Dit is een reden om het gemeentelijke beleid te herzien. ZonderKunstenaarsGeenKunst pleit nu voor (her) invoering van individuele productiebudgetten.
—————————————
Markt
—————————————
De markt in Nederland is klein. De museale aankopen van werk van 86 internationale kunstenaars bedroeg 1 miljoen.13 en levert nauwelijks een bijdrage aan het inkomen voor kunstenaars in Nederland.
De omzet voor 1121 Nederlandse kunstenaars door verkoop binnen de Kunstkoopregeling was 10 miljoen 14 en de totale verkopen van kunst door galeries en kunstuitlenen in Nederland in 2007 bedroegen 130 miljoen.15
Nog steeds is het ongeschreven wet dat 50% van verkoop voor de galerie is.
900 euro bruto is in 2003 het gemiddelde inkomen van een kunstenaar; 8% verdient geen cent, en 40% heeft een inkomen dat na aftrek van beroepskosten negatief is. 16 Volgens Hans Abbing, auteur van ‘Why are Artists Poor, The Exceptional Economy of the Arts’ 17
is het gemiddelde inkomen zelfs maar 300 euro bruto.
—————————————
Teruggang in andere inkomsten
—————————————
De 1% regeling voor kunst in Rijksgebouwen is niet meer verplicht en wordt bij gemeenten versnipperd.
Bij de privatisering van ziekenhuizen verviel de Volksgezondheidsregeling voor kunst in ziekenhuizen.
Rond 1994 zijn de zogenoemde ‘hang en stagelden’ afgeschaft, die kunstenaars tot begin jaren 90 kregen voor het tentoonstellen van werk in instellingen en musea. 18
Het Thuiskopiefonds is afgeschaft.
Kunstenaars&C0: geeft geen directe presentatiesubsidies meer.
Mondriaanfonds is gestopt met individuele subsidies voor buitenland presentaties.
De presentatiesubsidies van het Prins Bernhard Cultuurfonds zijn verdwenen.19
De honoraria voor freelance docenten op Centra voor Kunsteducatie zijn onlangs gedaald tot 35,– euro bruto per uur.
De verzelfstandiging van de kunstuitlenen ging ten koste van de kunstenaars. In plaats van een jaarlijkse huurvergoeding krijgt men nu een vergoeding voor de dagen dat een werk is uitgeleend, en het percentage is verlaagd.
In het kunstonderwijs is op het aantal docenten bezuinigd en zijn veel aanstellingen beperkt tot kortlopende contracten.

^Anne Berk

Geen geld, geen kunst

Het is makkelijk om het appèl van het Platform ZonderKunstenaarsGeenKunst te zien als een platte roep om meer geld, uitgestoten door toch al zeer gepamperde kunstenaars. Wij kunstenaars moeten toch onze eigen boontjes kunnen doppen?! Begin jaren ’90 hield toenmalig staatssecretaris van Cultuur en Media Rick van der Ploeg kunstenaars al voor zich vooral als Cultureel Ondernemer te manifesteren 1 Sindsdien vinden velen dat wij moeten pogen te voldoen aan dit rolmodel: het kunstenaarschap als winstgevende bedrijfsmatige activiteit. Volgens deze trend moet kunst, net als de wetenschap, sociaal functioneel worden. Zo werd in de Rotterdamse gemeenteraadsvergadering van 20 november j.l. in het kader van de Cultuurnota 2009—2012 vooral gesproken over Participatie en Jongerenbeleid: over interculturele projecten en poppodia. Van een Kunstenaarsbeleid, gericht op de producerende kunstenaar en niet op de exposerende instituten, is noch op lokaal nivo, noch landelijk veel meer te bespeuren, en dat merk je.
Als docent aan de Willem de Koning Academie zie ik elk jaar net afgestudeerde getalenteerde kunstenaars verstrikt raken in bijbaantjes van meer dan 32 uur en werken bij de Slegte en Thuiszorg Rotterdam, of soms bij de kunstinstellingen als Witte de With, Boijmans van Beuningen en CBK. Terwijl zij hun werk daar juist zouden moeten kunnen tonen! Ook de meeste ervaren collega’s hebben minstens part-time banen. Ik ken goede kunstenaars die om hun eigen kunst te kunnen financieren tentoonstellingswanden witten met dure verf, op hetzelfde moment dat jongere collega’s in hun atelier als assistent staan te werken...
Is dit wat Rick van der Ploeg voor ogen had?
Laat de hedendaagse kunstenaar zich (net als ondergetekende ;-) nergens meer horen omdat hij/zij probeert nog 6 uur te slapen na een meer dan fulltime veelzijdige beroepspraktijk? Het lijkt er soms wel op. Geen tijd bestaat niet, alleen prioriteit; maar als meerdere prioriteiten afgewogen moeten worden is de keuze soms een eenvoudig “nee, ik kan niet”. Het gaat hierbij niet om tijd alleen, het gaat om de ruimte om ideeën uit te wisselen en te ontvouwen. Natuurlijk is een subsidie niet zaligmakend, natuurlijk kan een baantje een goede balans brengen in de eigen praktijk. Maar een net afgestudeerde (en/of een zich vernieuwende) kunstenaar heeft zowel mentaal als fysiek ruimte nodig om de eigen praktijk te kunnen ontwikkelen.
Het Rotterdamse en Nederlandse kunstklimaat begint te verarmen door een gebrek aan samenhang: er gebeuren wel nog dingen, maar niemand kan er meer bij zijn. Veel beleidsmakers beklagen zich over de huidige onzichtbare en onmondige kunstenaar, maar begrijpen zij vanuit hun betaalde baan onder welke sociaal-economische omstandigheden wij opereren, en welke factoren daarbij bepalend en beperkend zijn?
De Nederlandse kunstmarkt functioneert niet goed, daarover is iedereen het wel eens. De reden wordt gezocht in onze vermeende afhankelijkheid van subsidies, maar hoewel veel kunstenaars zelfs geen aanvraag meer indienen, verbetert de markt niet. Logisch! Het probleem is, dat het kunstbegrip van hedendaagse kunst een gespecialiseerd terrein geworden is. Maar weinig mensen zijn op de hoogte van de recente kunstgeschiedenis, waarin o.a. het banale, het destructieve, het lelijke en het analyseren van de (kunst)context als waardevoller worden gezien dan het maken van een ‘plezierig’ en ‘mooi’ en dus misschien ‘beter verkoopbaar’ beeld. Zelfs aspirant-kunstacademiestudenten noemen bij hun toelatingsexamen als ‘hedendaags kunstenaar’ vooral namen als Klimt en Chagall! Als minister Plasterk kunstenaars oproept om zich meer aan de markt aan te passen, adviseert hij dus dat de kunstenaar de verworvenheden van de laatste 100 jaar moet vergeten en een verouderde vorm van kunst moet gaan maken, en dat om een ongeïnformeerd en ongeïnteresseerd publiek te plezieren. Een dergelijk publiek ziet de waarde van vernieuwende hedendaagse kunst niet en bezoekt geen tentoonstellingen die confronteren met een andere kunstvisie. Een dergelijk publiek heeft voor inhoudelijk interessante kunst in de publieke ruimte weinig begrip en budget. Als dat het publiek is dat de markt bepaalt, dan valt voor de kunstenaar weinig eer en geen gewin te behalen!
Ondertussen blijft de politiek de kunstenaar oproepen om als een Cultureel Ondernemer te opereren. Ik weet dat velen dat al jaren proberen, maar het netto saldo van een kunstpraktijk is nog altijd slechts gemiddeld bruto 900 euro per maand (Lien Heyting, Kunst in getal, NRC Handelsblad, 11-07-03). Hoewel de instituten inmiddels steeds vaker honoraria voor tentoonstellingen (kunnen) betalen blijf je als kunstenaar afhankelijk van ofwel dat baantje met net teveel uren, ofwel een subsidie.
Tegelijk lijken de meeste beleidsmakers ook niet echt te weten wat ze met de invulling van cultuurbudgetten aan moeten, gezien de recente discussies hierover in de landelijke en lokale politiek. Al te gemakkelijk worden kunstenaars als uitvreters neergezet en gaat veel (heel veel!) publiek geld naar de amateurkunsten. Jammer, want ik betwijfel ten zeerste of een wekelijkse boetseercursus enig hedendaags kunstbesef zal opleveren! Verder spreken beleidsmakers trots over “meer geld naar minder kunstenaars”: slechts subsidies voor een zeer select groepje zo genoemde ‘topkunstenaars’. Maar de kunst kan niet overleven met alleen maar een top! Teveel kunstenaars vallen nu buiten de boot en kaalslag in het internationaal gewaardeerde kunstklimaat in Nederland en ook in Rotterdam is het gevolg.
Ondertussen biedt het landelijke Fonds BKVB in de periode 2009-2012 nog maar 70 startstipendia voor de ± 1200 academieverlaters per jaar. In 2002 waren dat nog 131 startstipendia...2 Binnenkort wordt nog slechts 8% van de subsidieaanvragen door het Fonds BKVB gehonoreerd (Beleidsplan Fonds BKVB 2009—2012, p.63. 2 Er is meer slecht nieuws: het Mondriaanfonds geeft geen individuele subsidies meer voor buitenlandse presentaties, Kunstenaars&Co en het Prins Bernard Cultuurfonds geven geen directe Presentatiesubsidies meer; het Thuiskopiefonds is afgeschaft ten nadele van de videokunstenaars; en hier in Rotterdam moeten we het al jaren doen zonder de Ontwikkel- en Stimuleringssubsidies van het CBK. Natuurlijk kun je bij het Bureau Kunst in Openbare Ruimte (BKOR - CBK) aankloppen voor financiering van je project, maar de helft moet dan door de opdrachtgever worden gefinancierd, dus ook dan werkt de kloof in kunstbegrip tegen. Bovendien is de BKOR een erg eenzijdig middel, gezien de veelzijdigheid van kunstenaarspraktijken die Rotterdam rijk is.
Bij navraag blijkt dat het loket bij Dienst Kunst en Cultuur (DKC) wel open is voor individuele aanvragen, maar slechts weinigen weten hiervan. In het algemeen is informatie die inzicht geeft in de subsidiemogelijkheden voor de individuele kunstenaar moeilijk vindbaar. Terwijl juist nu een herkenbaar Kunstenaarsbeleid, ook op gemeentelijk nivo nodig is, zodat kunstenaars kunnen zien welke geldbronnen zij kunnen aanboren voor het opbouwen en continueren van hun praktijk. Voor een deel zijn er meer gelden dan je zou denken: zo heeft minister Plasterk de Geldstroom BKV gedecentraliseerd en voor Rotterdam is er 1,2 miljoen. Waar gaat dat geld heen? Hoe wordt het besteed? Hoe kunnen kunstenaars daar straks aanspraak op maken? Het antwoord op deze vragen blijft vooralsnog vaag. Het beleid moet transparanter en toegankelijker worden voor de brede en diverse groep kunstenaars die in Rotterdam werken. Alleen zo kan het kunstklimaat van Rotterdam weer sterk en aantrekkelijk worden.
Het Platform ZonderKunstenaarsGeenKunst stelt beleidsmakers eenvoudigweg deze vragen: hoeveel geld van het cultuurbudget gaat als individuele subsidies direct naar de kunstenaars? Hoe maken de instituten dit geld beschikbaar voor de kunstenaars (in hun stad)? Hoe kan het Cultuurbeleid ook een goed Kunstenaarsbeleid opleveren?
Sinds kunstrecensente Anne Berk in 2007 het initiatief nam voor het Platform is al veel bereikt: de Kunstkoopregeling is behouden, er is aandacht voor meer en structureel hang- en stageld, en in verschillende steden wordt kunstenaarsbeleid door het Platform op de agenda gezet, ook in Rotterdam. Eindelijk! Want: zonder kunstenaars... geen kunst!

^Karin Arink
http://zonderkunstenaarsgeenkunst.wordpress.com

De Vos uit het het verhaal Rotterdamse dynamiek (FGA#10 – The Interviews / Arthur Fonteyn p.95) toont zijn kunsten tijdens een hand-out performance bij nieuwjaarsborre CBK 15-1-2009


Links
Mrs Deane
Slag voor Arnhem
Kunstsubsidiedebat.nl
ZonderKunstenaarsGeenKunst
Declan McGonagle
Alex Foti / Precarious
eipcp.net
Republicart.net
Rotterdamse Raad voor Kunst en Cultuur
Dienst Kunst en Cultuur Rotterdam
CBK Rotterdam
Fonds BKVB
Ministerie OCW en de cultuurfondsen
kunstenaars & co
Boekmanstichting
www.cultuurmecenaat.nl
www.kunst-en-zaken.nl
BBK: Beroepsvereniging van Beeldende Kunstenaars
Dutch Creative Industry Fund
SKOR:Stichting Kunst in Openbare Ruimte
Rotterdams Fonds voor de Film en audiovisuele media


De hoofdlijnen van het cultuurbeleid worden in nota’s vastgelegd. De minister van OCW heeft in 2007 de nota 'Kunst van leven' uitgebracht.
Kunst van Leven
Art for Live's Sake

De Commissie Cultuurprofijt
Door Minister Plasterk van OCW gevraagd om concrete voorstellen te formuleren waarmee de maatschappelijke verankering van kunst en cultuur kan worden vergroot, en de financiering van kunst en cultuur kan worden verbreed.
www.cultuurprofijt.nl

Stichting Bekker-la Bastide-Fonds
Heeft ten doel het verlenen van financiële steun aan individuele personen die buiten hun schuld in financiële problemen zijn geraakt.
bekker@nautadutilh.com

Stichting ter bevordering van Volkskracht:
Het doel van de stichting in om het geestelijke en lichamelijke welzijn van de Rotterdammers te bevorderen.
www.volkskracht.nl

Erasmusstichting
De Erasmusstichting heeft tot doel het bevorderen van wetenschap, kunst- of onderwijsdoeleinden te Rotterdam en omstreken. Tongelaarweg 50, 3077 Rotterdam

De site met alle financiele producten voor kunstenaars.
www.geldenkunstenaar.nl

Op Beroepkunstenaar.nl vind je actuele informatie over de zakelijke kanten van het kunstenaarschap.
www.beroepkunstenaar.nl

CNV Kunstenbond
De CNV Kunstenbond is verantwoordelijk voor het algemene beleid van sociale, culturele en politieke vraagstukken.
www.cnvkunstenbond.nl

FNV KIEM. Vakbond voor kunsten, informatie-industrie en de media.
www.fnvkiem.nl

Payroll Services
Een full-service intermediair met een specifieke dienstverlening: het afhandelen van administratieve en financiële verplichtingen, die voortvloeien uit het contract dat een freelancer en een opdrachtgever hebben gesloten.
www.payroll.nl

Het Materiaalfonds
Verstrekt renteloze leningen aan beeldend kunstenaars en vormgevers voor projecten en werken waar een voorfinanciering voor nodig is.
www.materiaalfonds.nl


Fonds leergeräumt
21.05.2009
Geldwäsche-Krimi endete in Tiroler Gemeinde
Kronen Zeitung - klik hier

Gestolen geld Fonds BKVB op bank in Tirol
de Volkskrant 22 mei - klik hier

Diefstal bij fonds ontdekt via bank Innsbruck
NRC zaterdag 23 mei - klik hier

Staflid Fonds BKVB verduistert 15 miljoen euro!
Download krantenknipsel artikel - klik hier


W.A.G.E.
(Working Artists and the Greater Economy)

W.A.G.E. wokrs to draw attention to economic inequalities that exist in the arts, and resolve them. W.A.G.E. reconizes the organized irresponsibility of the market and its supporting institutions, and demands an end of the refusal to pay fees for work we're asked to provide.
www.wageforwork.com
http://wagerage.blogspot.com/


Noten bij redactioneel
1 In beleidstermen werd ooit een onderscheid gemaakt tussen kunstenaarsbeleid en kunstbeleid. Die termen kom ik in recentere beleidsstukken of artikelen niet meer tegen. Nu worden termen uit de economie gebruikt: presentatie en productie, en ook vraag en aanbod. De trend is om geld liever te besteden aan presentatie dan aan productie, en dat houdt eigenlijk hetzelfde in als; het geld gaat niet meer naar de individuele kunstenaars, maar naar presentatieplekken. Ook heb ik al de angstaanjagende formulering ‘vermindering (aanbod)subsidiëring’ gelezen. (NT)
2 En zoals Mrs Deane op haar blog uitlegt: Overigens is het door de overheid ingezette beleid (verschuiving van de kunstgelden richting kunst faciliterende instellingen) in lijn met andere ontwikkelingen op het gebied van arbeid en beloning. Kunstenaars staan aan het begin van de productieketen (zou een econoom zeggen) en verdienen ‘dus’ het minst (zelfs aan diegenen die hun werk voor veel geld kwijt kunnen, wordt verhoudingsgewijs genoeg verdiend).
31 maart 2008, het hele artikel is te lezen op: www.beikey.net/mrs-deane Search: ‘gebakken eitje’
3 De discussie is uitgebreid gearchiveerd op: op www.subsidiedebat.nl en http://zonderkunstenaarsgeenkunst.wordpress.com
4 Ann Demeester over de stelling dat er meer geld als honorariumbudget naar de instellingen moet: ‘Het klinkt als een vader die zakgeld geeft aan zijn oudste zoon en dan zegt: koop ook maar iets moois voor je broertje.’ Uit: Leidt meer geld tot betere kunst? door Sandra Smallenburg, NRC, 4-10-2007, te vinden op:www.kunstsubsidiedebat.nl
^
Tabel: vergelijk totaal aantal beurzen van de Rijksoverheid voor kunstenaars, van 1988 tot heden – Anne Berk
(uit Landelijk subsidiestelsel voor beeldende kunst 1984-2005: bereik, structuur en doorstroming/IVA okt. 2007, p.62.) Platform ZKGK heeft uit deze bron alleen het aantal individuele beurzen vermeld, en die opgeteld om de ontwikkeling ervan in beeld te krijgen. Cijfers over de hoogte van de budgetten ontbreken.

* Zie: ‘De kunstenaar centraal’, Beleidsplan Fonds BKVB 2009-2012, p.121
** De werkbeurzen zijn opgeheven en worden nu aangeboden als Stimuleringsstipendia, te weten Standaard Bijdrage Werkbudget en Flexibele Bijdrage Werkbudget, onder OIS vermeld.De laatste categorie betreft wisselende bedragen, de eerste een vast maandbedrag. Er worden geen aantallen genoemd.
Het totaal aantal van 263 is exclusief de Bijdrages Werkbudget wordt dus hoger dan 263. Deze beurs kan vanaf 1 januari pas na 8 jaar aangevraagd worden; eerder was dat na 4 jaar.

BKV = Beroepskostenvergoed.
BAS = Basisstipendium
SS = Startstipendium
WB = Werkbeurs
OIS = Overige subsidies



Anne Berk
Lees reactie van Lex ter Braak op www.fondsbkvb.nl

^

'One of the problems
that art has, and capitalists know this – which is why they are running the world – that you can produce anything you want, but it doesn't matter if you don't control the means of distribution.'
Declan McGonagle

^


Plasterk wil vaste honoraria kunst
week 26 | 26-6-2008

Minister Ronald Plasterk (PvdA, Cultuur) heeft in een brief aan het platform Zonder Kunstenaars geen Kunst gezegd dat hij wil dat er een richtlijn komt voor de betaling door kunstinstellingen aan beeldend kunstenaars. Voor het bepalen van de hoogte van deze zogenaamde ‘hang- en stagelden’ zal worden gekeken naar de richtlijnen die in omringende landen gangbaar zijn. „Kunstenaars zijn het hart van de sector. Financiering van tentoonstellingen moet beginnen bij de kunstenaar. Het tentoonstellingshonorarium mag geen sluitpost van de begroting zijn,” laat Plasterk weten in de brief van 16 juni jongstleden.

FNV-Kiem.nl

^

14 miljoen extra voor kunst
Gepubliceerd: NRC 16 september 2008

Plasterk stelt 7,2 miljoen extra beschikbaar voor kunstinstellingen in de basisinfrastructuur. Daarvan gaat vier miljoen euro extra naar instellingen in de Randstad. Voor instellingen in de regio is er 3,2 miljoen.
Sectorinstituten krijgen 0,7 miljoen extra. Voor de rijksmusea komt 2,3 miljoen per jaar meer beschikbaar. Voor internationale excellentie komt er 4 miljoen bij. Dit geld zal gaan naar instellingen van grote internationale betekenis, zoals het Koninklijk Concertgebouworkest.
Het bedrag van 14,2 miljoen is ruim de helft van de 26 miljoen die volgens de Raad voor Cultuur extra nodig was.


FNV lanceert kunstkeurmerk
week 47 | 21-11-2008

FNV KIEM en de vakcentrale hebben een keurmerk voor kunstinstellingen ontwikkeld. Instellingen, galerieën en musea die kunstenaars op een aantal punten een vergoeding bieden om hun werk te exposeren komen in aanmerking voor het keurmerk. Het eerste keurmerk werd tijdens het FNV Kunstweekend op 14 en 15 november 2008 uitgereikt aan FNV-voorzitter Agnes Jongerius.
In het gebouw van de vakcentrale wordt de laatste twee weken van november werk van kunstenaars geëxposeerd. Agnes Jongerius nam voor een weekend de rol van galeriehoudster op zich en nam het eerste exemplaar in ontvangst. “Wij willen als vakbond een aantal spelregels in het leven roepen voor de instellingen die kunst exposeren. En wie zich aan de spelregels houdt, krijgt ons Kunstkeurmerk,” aldus Jongerius.
^


Ruim 2,9 miljoen euro voor pensioen zelf-standige kunstenaars
Persbericht | 25-04-2002 | Directie Communicatie ministerie voor onderwijs cultuur en wetenschap

Staatssecretaris Van der Ploeg (Cultuur) geeft het Pensioenfonds voor Kunst en Cultuur 2.949.570 euro voor de pensioenen van zelfstandig werkende kunstenaars. Deze toekenning komt voort uit een rapport van Cap Gemini Ernst en Young over de verbeteringen van de arbeidsvoorwaarden in de kunstensector. Het kabinet heeft naar aanleiding van dit rapport voor 2002 geld beschikbaar gesteld voor deze pensioenregeling.

^

Noten bij Steeds minder...
De meeste rapporten waaruit geciteerd wordt, zijn te vinden in het archief van kunstsubsidiedebat.nl.
1 Jack Verduyn Lunel, Namens het Platformoverleg Beeldende Kunst, in een brief aan de minister van WVC, D’Ancona, 11-6-1992, onder het kopje ‘budget’: ‘In totaal werd in 1983 op het terrein van de beeldende kunst een bedrag van circa 160 miljoen besteed (fl130 miljoen BKR-gelden, fl20 miljoen ministerie van WVC en fl10 miljoen lagere overheden - bron IVA, 1983). Voor het beeldende kunstbeleid van het ministerie van WVC is, inclusief Geldstroom Lagere Overheden en overheadkosten die daarmee gemoeid zijn, nog fl.74,3 miljoen over. Gezien deze korting van bijna 50% op het Beeldende Kunstbudget is verdere beperking (d.w.z. verschuiving 2 mln. naar Bouwkunst) ontoelaatbaar.’
2 Kunsten 92/Jack Verduyn Lunell dec. 07
3 idem
4 Landelijk subsidiestelsel voor beeldende kunst 1984-2005: bereik, structuur en doorstroming/IVA okt. 2007, p.8
5 zie Landelijk subsidiestelsel voor beeldende kunst 1984-2005 IVA okt. 2007, p. 62
6 Statistiek van landelijke subsidieregelingen voor beeldende kunst 2001-2005
7 Dit is een richtlijn, beleidsplan fonds BKVB,, p.121
8 NRC 11-7-03
9 Beleidsplan Fonds BKVB 2009-2012
10 Op p. 61 van het Beleidsplan Fonds BKVB 2009-2012 wordt die halvering van het aantal startstipendia gemotiveerd.
11 NRC 11-7-03 Kunst in Getal, ‘Het hipheidssyndroom’, Lien Heyting
12 ‘Individuele subsidies VNG, IPO en OCW zijn van mening dat het Fonds Beeldende Kunst, Vormgeving en Bouwkunst, de postacademische werkplaatsen, de WIK, het flankerend beleid in het kader van de WIK en het Materiaal Fonds voldoende ondersteuningsmogelijkheden bieden aan kunstenaars en vormgevers voor productie en presentatie. Daarom wordt vanaf 1 januari 2005 de Geldstroom BKV niet meer besteed aan (subsidies/regelingen/fondsen ten behoeve van) individuele kunstenaars en vormgevers. (curs. fga)Opdrachten of aankopen op het gebied van kunst in de openbare ruimte worden niet beschouwd als individuele subsidies.’Uit: Rijksbijdrageregeling beeldende kunst en vormgeving (Geldstroom BKV), www.minocw.nl/documenten/brief2k-2004-doc-16992b.pdf)
13 uit Statistiek van landelijke subsidieregelingen voor beeldende kunst 2001—2005
14 Mede door actie van het Platform is deze succes-volle stimulans voor de kunstverkoop gered!
15 uit: rapport Artes 2007 in opdracht Nederlandse galeriehouders
16 NRC 11-7-03 Kunst in Getal, ‘Het hipheidssyndroom’, Lien Heyting
17 een powerpointpresentatie onder deze titel is te zien op: www.hansabbing.nl
18 Mede door de lobby van het Platform in de Tweede Kamer komt er nu een sta- of hanggeldrichtlijn:
‘Minister Plasterk (PvdA, Cultuur) heeft in een brief aan het platform Zonder Kunstenaars geen Kunst gezegd dat hij wil dat er een richtlijn komt voor de betaling door kunstinstellingen aan beeldend kunstenaars. Voor het bepalen van de hoogte van deze zogenaamde ‘hang- en stagelden’ zal worden gekeken naar de richtlijnen die in omringende landen gangbaar zijn. ‘Kunstenaars zijn het hart van de sector. Financiering van tentoonstellingen moet beginnen bij de kunstenaar. Het tentoonstellingshonorarium mag geen sluitpost van de begroting zijn,’ laat Plasterk weten in de brief van 16 juni jongstleden.’ (26-6-2008. FNV-Kiem.nl)
19 Ook de private fondsen in Nederland richten zich op instituten en rechtspersonen, niet op individuele kunstenaars.


Achterin het nieuwe beleidsplan van Fonds BKVB maken de vormgevers, denk ik, een grap: met de indexerings-functie van Indesign hebben ze een lijst van veelgebruikte termen aangelegd. Creative industry heeft 5 verwijzingen, experiment 4, internationaal cultuurbeleid / internationalisering 17, participatie 2, stimularisering van het debat maar liefst 19, en de volzin ‘wisselwerking afname versus productie’ komt in die vorm 9 keer voor.

^NT

Noten bij Geen geld, Geen kunst

1 Rick van der Ploeg was staatssecretaris voor Cultuur en Media van 1998-2002 in kabinet Kok II. Zit in de adviesraad van Houses of Art, een Nederlands privaat Kunstbeleggingsfonds. www.housesofart.com
2 Alle genoemde cijfers zijn gebaseerd op de diverse jaarverslagen, Kunstenplan BKVB 2009-2012, etc. verzameld door Anne Berk en na te lezen op: www.kunstsubsidiedebat.nl/?page_id=191
Overigens is het cultuurbeleid nog niet goed door statistici geanalyseerd. Daarom gebruik ik nu de gegevens zoals die door het Platform ZonderKunstenaarGeenKunst zijn verzameld; ik kijk uit naar een gedegen onderzoek want ik ben niet de aangewezen persoon om het beleid op dit vlak te evalueren.


Colophon
Fucking Good Art HQ – Rotterdam / Berlin
Artists and editors – Rob Hamelijnck and Nienke Terpsma
Webdesign – catalogtree.net
Webmaster – Guy Lux
First issue December 2003
Email – mail[at]fuckinggoodart.nl

^